Twee dingen goed begrijpen…

Vroeger -ik heb de leeftijd zo onderhand bereikt dat ik wel van vroeger kan spreken- hoorde ik het KNMI als het slecht weer werd nooit over codes. Er werd weliswaar melding gemaakt als er een klomphoogte sneeuw werd verwacht en als er storm of een kuub water per vierkante meter in de lucht hing, adviseerde het instituut met klem de boel vast te zetten, dan wel binnen te halen. Maar verder gingen ze daar in De Bilt toch niet. Kennelijk hebben ze geleerd van hun slappe houding, want plotseling werd elk weertype met een code aangegeven. Het gaat zo ver dat bij het minste of geringste sneeuw- of hagelbuitje men in De Bilt al begint te wapperen met codebordjes. Bij wind of vorst komt men al haast codes tekort. Treinen komen stil te staan, elektrische systemen vallen uit. Elk rimpeltje in het weer zorgt voor problemen. Ik heb voor de aardigheid eens gebeld met het instituut om te vragen hoe het zit met die codering. Ik heb daar als ‘slachtoffer’ het recht toe. Ik kreeg ene meneer Egel, R. Egel, aan de lijn. Hij legde mij in het kort uit hoe dat zit met die codes. Ik vertelde hem dat het hier onlangs stralend mooi weer was, maar dat voor de kop van Drenthe toch code geel  -‘licht geel’, verbeterde hij mij- was afgegeven. Dat kwam zei hij omdat er boven dit gebied een depressie was waargenomen. Mooi, dacht ik. ‘Elk weertype heeft een code’ zei hij, ‘zelfs het mooiste weer van de wereld coderen wij. Code groen, alles veilig’ ‘Het is hier 15 graden en windstil’ zei ik. ‘Code blauw’, zei hij, ‘u kunt met een gerust gevoel van huis gaan’.

Dat was ik ook van plan, want ik wilde gaan stemmen. Nog nooit heb ik zo veel moeite gehad om tot een weloverwogen keuze te komen. Vroeger -!- was dat geen enkel probleem. Je ging bijna juichend op het stemhokje af en kleurde ferm het blokje in. Dat is veranderd. De politieke partijen rollen van zelfgenoegzaamheid over elkaar en de beloften komen je met bakken vol tegemoet. In de tijd van Joop den Uyl was dat een stuk simpeler. Iedereen had maar een paar dingen om voor te strijden. Joop had er zelfs maar twee, die hij altijd aanving met: ‘Twee dingen goed begrijpen…’ Je wist als argeloze stemmer dat als er van die twee één uitkwam, dat je al van geluk mocht spreken. Maar nu, in de wirwar van beloften, van het elkaar om de oren slaan van beschuldigingen en het elkaar op de millimeter de maat nemen… weet ik het niet meer. Bij het invullen van mijn stemwijzer kwam ik bij Buma terecht, ja zo vroom ben ik nou ook weer niet. Niettemin fietste ik naar Ous Hoes, want stemmen moet, hoe dan ook, en onderweg dacht ik ineens dat het misschien een idee zou zijn de partijen op hun geloofwaardigheid te coderen om het zo voor de kiezer inzichtelijker te maken. Code rood voor partijen met mens- en dieronvriendelijke programmapunten en code blauw voor partijen die in alles zeer deugdzaam zijn. Voor de volgende verkiezing zou het een ware oogopener zijn. Op de vraag wat men stemt is kleurbekenning genoeg. Ik overweeg code grasgroen aan te houden, maar ik neig naar korenblauw.

 

Willem

 

 

Reageer via Facebook:

Klik op één van de onderstaande knoppen om dit bericht te delen:

Geef een reactie