Meerdere jaren hield ik samen met nog iemand op goede vrijdag of op stille zaterdag de wacht bij het opbouwen van het paasvuur. Je moest er dan op letten dat er geen geverfd hout, koelkasten of stöbben erop werden gegooid of anderszins baldadigheden werden bedreven.
De laatste keer kwam aan het eind van onze diensttijd, die of een morgen of een middag in beslag nam, een dorpsgenoot aanzetten met een aanhangwagen vol gerooide coniferen. De modderige wortelkluiten zaten er nog aan.
Mijn collega Gerard Doeve zei bikkelhard: ’Dat zijn stöbben, weg ermee’. Beteuterd vroeg betreffende dorpsgenoot: ’Ach, het zijn maar kleine stronkjes, stöbben kun je het toch niet noemen’!
‘Nee’, zei Gerard streng: ’Stöbben zijn stöbben, en die zijn verboden. Ze branden niet en als de gemeente ze moet opruimen leidt dat tot extra kosten’. Uiteindelijk nam de dorpsgenoot zijn bundeltje rommel weer mee naar huis.
Mans Hoving kwam eraan, hij zou samen met Frederik Dillingh de wacht van ons overnemen. Hij kreeg het verhaal van Gerard Doeve te horen en Mans zei meteen: ‘Hast geliek, stöbben binn’n stöbben, elkain het dat kunnen lezen dat dat nait mag – aoflopen’!
Toen kwam Frederik Dillingh en kreeg het verhaal ook te horen en zei: ’Zo is dat, stöbben binnen stöbben. Dat mag hier niet. Daor hollen wie ons an’.
En zo leerde ik iets waar ik mijn hele leven nog nooit bij had stilgestaan: stöbben binnen stöbben.
Ik fietste weer naar huis met de gelukzalige gedachte dat ik een oude geleerde chinese wijsgeer was uit de dagen van de Ming-dynastie.
Stöbben binnen stöbben!
Daarna heeft men mij niet meer gevraagd voor die functie.
Maar nu zaten Heily ik wat soezerig van de welbestede dag donderdagavond rond zeven uur op de bank toen plotseling Anneke Bakker midden in de kamer stond. ‘Ach Roelf, zou jij niet vrijdagmiddag bij het paasvuur willen zijn, ik kan niemand vinden, er zijn ook zoveel mensen nog aan het werk…….’
Ik stemde toe.
Ik zag een vrouw die al hevig had gebeld, geappt, gemaild , gesmeekt, gezocht om iemand te vinden en tenslotte stond ze uitgeput bij ons in de kamer. Ik kon niet meer weigeren en toegegeven, ik heb een fijne, gezellige middag gehad.
Maar een algemeen probleem ligt hieraan ten grondslag. Het is steeds vaker dat we kunnen horen of lezen dat die of die vereniging leden, bestuursleden of helpers vraagt en niet kan vinden.
Er zijn verschillende zaken waar we niets aan kunnen doen.
Stöbben binnen stöbben. Daar valt niets aan te veranderen.
Maar wel is het van ons handelen afhankelijk of Gieterveen een voetbalclub, tennnisvereniging, jeue de boulesvereniging, begrafenisvereniging, kerk of biljartclub enzovoort kan houden.
Dat is van levensbelang voor Gieterveen en de Gieterveners.
Lukt dat ons niet dan worden wij als stöbben, die zelfs voor een paasvuur geweigerd worden.

Roelf Stoel

Reageer via Facebook:

Klik op één van de onderstaande knoppen om dit bericht te delen:

Geef een reactie