Historie

Laatst vroeg iemand mij, het was in Klazienaveen, op welke school ik had gezeten. Hij bedoelde welke lagere school en in welk dorp. Ik zei ‘Op de Burgemeester Nijenhuisschool in Gieterveen’. ‘Staat die school er nog’ vroeg hij. Ik zei ‘Nee, die is allang afgebroken’ en ik zei dat er nadien al weer een andere school is geweest en dat de Gieterveense kinderen nu les krijgen in een multifunctioneel centrum. ‘Ja, zo gaat dat’ zei hij. Uit zijn stem klonk een grenzeloze berusting. Inderdaad, zo gaat dat.

Ik was in Klazienaveen op het Esdal-College om een verhaal voor te lezen dat ik had geschreven naar aanleiding van een gesprek met een oud-inwoner van Foxel. Zijn vader was smid geweest op Foxel (bij Emmer-Compascuum) en had veel ‘reif’ voor de verveners gemaakt. Ik ging met hem op pad om Foxel te zien, maar onderweg hoorde ik tientallen verhalen over hoe het hier vroeger was en niet zelden eindigde hij met: ‘Armoei jong, dat was bittere armoei’. Niet meteen voor hun, want zijn vader dreef naast de smederij een winkel en zij waren in die zin in goede doen. ‘s Avonds dacht ik erover na. Ik kon mij echte armoei niet voor stellen. Niet dat wij het breed hadden, maar kleding en voedsel en onderdak wás er altijd wel. Dan heb je het meeste al binnen. In veel hoeken van onze provincie (ik laat de grote buitenwereld even buiten beschouwing) was dat er niet en dan praat je over armoei. Ik kan mij de dag nog heugen dat de Burgemeester Nijenhuisschool werd geopend en welk een superieur gebouw dit was. Pure rijkdom! Ik kan mij de school daar-voor ook nog wel heugen en dat het werd afgebroken en dat alle onderdelen op het vroegere schoolplein lagen en door particulieren konden worden gekocht. Vloerplanken, balken, dakpannen, enzovoort. Planken van wel drie centimeter dik! Heel wat huizen en schuurtjes zullen ermee zijn opgeknapt. Op die vroegere schoolplek staan nu moderne huizen en over een tig aantal jaren weet niemand meer dat hier ooit een school met een afdraaibaar dak heeft gestaan. Dat er grasgroene liefdes ontstonden daar waar nu een barbecueterrasje ligt. Inderdaad, zo gaan die dingen. Maar moet je daar treurig om zijn? Ik denk het niet. Natuurlijk, er verdwijnen ook dingen die men niet zo makkelijk kan missen, maar er komt meestal wel iets moois voor terug.

Dat soort dingen zei ik tegen die man, maar het hielp niet echt. Men had, zei hij, Klazienaveen behoorlijk verpest. Ik hield er maar mee op en liep later die middag Klazienaveen even in. Een mooi dorp, niks mis mee. Dat zal vroeger zeker wel anders zijn geweest. Misschien had die man het op school niet zo goed gehad als ik en had zich dat in hem vastgevreten en had dat zijn historie zo donker gekleurd. Net zo donker als het veen dat nu als brandstof gelukkig geen nut meer heeft. Historie is prachtig – alleen, wij leven in het nu. Dat laat onverlet te stellen dat wij door het zwoegen van onze voorouders op zo’n hoog welvaartsniveau kunnen leven. Hulde dus aan de mannen en vrouwen die hier krom voor hebben gelegen. Dat had ik die man graag willen zeggen, maar ja, toen was hij al weg en reed ik met plezier terug naar mijn eigen dorp.

 

Willem.

Reageer via Facebook:

Klik op één van de onderstaande knoppen om dit bericht te delen:

Geef een reactie