De Hanomag

Kortgeleden fietste ik een eindweegs en trof een ploegwedstrijd bij Gieten. Hierbij maken de deelnemers gebruik van oude trekkers om een zo recht mogelijke voor in het land te trekken. Ik zeg het heel simpel, er komt geheid veel meer bij kijken. Ik bleef even staan, want ik mag dit graag zien. Die ouwe trekkers, dat gepruttel… en ineens moest ik denken aan onze eerste trekker, een Hanomag.

De expansiedrift van onze vader leidde er in de beginjaren 60 toe dat hij steeds meer land ging bebouwen. Met zijn neef had hij al enige werktuigen ‘in de maan’ zoals dat heette en het werd tijd zelf een trekker aan te schaffen. Trekkers (tractoren) waren in die tijd nog niet algemeen. Onze vader had net als de meeste boeren 1 of 2 paarden. Neef Jan had een David Brown. Enige tijd later kwam er op een dag een vrachtauto voorgereden waarop de door onze vader na veel gesoebat uitgezochte trekker stond. Het was een tweede-handsje, want ofschoon hij wel wist dat paarden langzamerhand uit de gratie raakten, was hij nog niet helemaal overtuigd dat deze stalen monsters het werk evengoed als paarden konden overnemen. Onze vader was op en top een paardenman, vandaar deze sceptische houding. De trekker was van het merk Hanomag en was 16 pk. Nu lachen wij hierom en gebruiken een zelfde dommekracht om onze gazon te maaien, maar tóen was dat een heel gangbaar vermogen. De trekkerhandelaar heette Kees. Voorzichtig reed hij het gevaarte van de vrachtauto af. Het eerste wat mij opviel was dat in tegenstelling tot de David Brown het stuur niet in het midden maar aan de zijkant zat en dat het inplaats van een stoel een houten bank had. Toen hij op de grond stond en wij enigszins snerend de bijzonderheden van het ding benoemden werd vader knorrig en zei dat het een prima trekker was. Hij liet zich nu door Kees de werking van de pedalen uitleggen, mij stak hij het instructieboekje toe. Op de omslag van dat boekje zaten een man en een vrouw op de trekker naast elkaar. De trekker speerde vooruit, dat zag je. Ze droegen platte, strooien hoeden en de man kräftige bretellen zoals men die bij Amishmensen ziet. Ze lachten breeduit. Alles bulkte van levensvreugd. Nee, dat zat wel snor! Kees reed de trekker nu op een stuk land naast ons huis, want er moest worden geoefend. Intussen was de buurt al aardig uitgelopen en stond de verrichtingen die aanstaande waren met spanning af te wachten. Kees nodigde mijn vader uit naast hem te komen zitten. Dat ging moeilijk. Onder die blozende koppen konden niet anders dan hele iele lijfjes schuil gaan. Kees legde nogmaals een en ander uit en nu moest vader het zelf doen. Met veel gepruttel en geschok reed hij zijn eerste meters, maar daarna begon er toch schot in te komen. Wij bezagen het met genoegen en zwaaiden toen hij langskwam enthousiast alsof ons Staatshoofd passeerde. Na een aantal rondjes -rondjes die hij steeds sneller en met steeds meer plezier aflegde- vond Kees dat vader het wel kon en wilde hem laten stoppen. Nietemin ving vader nog een ronde aan. Hij maakte nu echter enigszins verontrustende gebaren. De kwestie, zo vernamen wij uit zijn geroep, was dat hij niet precies wist hoe hij moest stoppen. Wij wachtten met spanning af hoe dit zou eindigen. Bij de volgende doorkomst riep Kees wat vader moest doen. Ondanks de goede aanwijzingen van Kees liet hij de trekker uitrollen tot het met een harde knal en schok tot stilstand kwam. Kees zei dat het zo niet moest, maar wij juichten, want onze vader was gered! Hij ontsteeg bezweet en met gulle lach het stalen monster. Een erekrans ontbrak er nog net aan. Dat fijne voetenwerk zou later wel komen, zei hij.

Over hoe het met de Hanomag afliep kan ik kort zijn. Kees werd al spoedig kind aan huis en at niet zelden mee. De deel lag dan vol onderdelen en alles rook naar olie. Na enige jaren ruilde onze vader de Hanomag in voor een… David Brown. Net zo eentje als neef Jan. Vanmiddag bij die ploegwedstrijden zag ik nog zo eentje. Prachtig opgepoetst…, alsof-i zó uit het museum kwam.

 

Willem.