Boekenmaand meert (roert zien steert)

191

Met enige regelmaat krijg ik info van het Huus van de Taol oet Beil’n. Dat betreft meestal nieuwe boeken of producten die voor het merendeel te maken hebben met de Drentse taal. Omdat ik jaren in het tijdschrift ROET verhalen en gedichten heb gepubliceerd, ken ik veel van die schrijvers en dichters. Soms ontvalt ons eentje die me extra lief is, zoals Gerard Nijenhuis, naar wiens vader onze vroegere Openbare Lagere School was genoemd en die nu nog gememoreerd wordt in het veel gebruikte wandelpaadje tussen Bonnerveen en de Streek. Dat tijdschrift heette een beetje uit de hoogte ‘Drents letterkundig tiedschrift’. Dat had van mij wel wat minder gekund. Om meer lezers te trekken en ook om streektaallezers in de ons omringende provincies te paaien, werden er enige jaren geleden ook verhalen en gedichten uit Overijssel, Gelderland, Groningen en de Stellingwerven toegelaten. Weliswaar onder het mom van eenmalige speciale uitgaven. Maar het hek was een beetje van de dam en sindsdien is ROET verworden tot een amalgaam van streektalen, die ik nog met moeite kan ontcijferen, laat staan ervan kan genieten. Om aan de nieuwe inhoud te kunnen voldoen, viel het woord ‘Drents’ ook af en heet het sindsdien: ‘Letterkundig Tiedschrift’. Ik heb een zwak voor het Veenkoloniaals, het DrentsGronings waar ook Gieterveen ook onder valt. Ook het Stellingwerfs kan ik goed volgen, maar voorbij de Reest begint het mij te doezelen. Vandaar dat ik het blad voor gezien hield.

In het boekenkastje, bij de ingang van ons dorpshuis, heb ik vorig jaar een aantal streektaalboeken geplaatst, die tot mijn vreugde allemaal een weg hebben gevonden. Er zijn dus wel lezers voor. Hetzelfde geldt voor toneel. In zo’n setting doet de streektaal het geweldig goed. Maar je ziet juist hierin ook dat het van algemeen gebruik is verworden tot een uitzondering, bijna een rariteit, terwijl het juist onderdeel is van onze identiteit. Waarom zouden artiesten als Daniël Lohues, Mooi Wark, Egbert Meyers of Marijje Lubbers in het Drents zingen als ze evenveel (of meer!) zouden kunnen verdienen als ze diezelfde liedjes in het Nederlands of Engels zouden uitvoeren? Er is dus kennelijk wel behoefte aan het plat, maar de uitvoering ervan komt niet verder dan het podium of het toneel. Voor zover ik weet komt er nog geen Drentse vertaling van Hendrik Groen. Het verhaal zou zich makkelijk kunnen afspelen in Dekelhem. Een beetje reuring in ons gemeentedorp kan geen kwaad! Bij de Noordelijke omroepen schaamt men zich niet voor het plat. Coryfeeën als Loes van der Laan, Robbert Oosting en Derk Bosscher gaan ervoor door het vuur. Maar of het wordt overgedragen van vader op zoon en/of van moeder op dochter, is zeer de vraag. En het moet ook geen plicht worden. Het belangrijkste is dat wij elkaar te allen tijde blijven verstaan. Nou, ik zal zo zegg’n, dou ‘d er dien veurdeel met. Tot kiek mor weer! Groet, Willem.