Geschiedenis

Geschiedenis van Gieterveen

De geschiedenis van Gieterveen begint officieel in 1462, wanneer het dorp voor het eerst genoemd wordt in een akte. Hieronder vind u in het kort de geschiedenis van ons dorp.

Prehistorie en Middeleeuwen

Het landschap in Noord-Nederland en dus ook van Gieterveen is gevormd in de derde ijstijd of glaciaal (200.000 tot 125.000 jaar voor Chr). Er is dan sprake van een breed oerstroomgebied, het dal van de latere Hunze, dat zich uitstrekt van de huidige Noordzee tot aan Emmen. De Hunze (wat moeras of modder betekent) slipt vanaf 70.000 jaar tot aan de Middeleeuwen voor een groot deel dicht.

Over de prehistorie zijn slechts weinig dingen bekend. Er zijn bewijzen dat de Homo Neanderthalensis 125.000 jaar geleden in dit gebied leefde. Dit waren de eerste menselijke bewoners van Drenthe. In de laatste periode van het Paleolithicum leefden er hier rendierjagers en vissers die behoorden tot de Hamburg-cultuur. Er zijn gebruiksvoorwerpen gevonden bij de Bonnerveen: een hertshoorn bijl van 7000 jaar oud en pijlpunten van 10.000 jaar.

Ongeveer 3500 jaar geleden begonnen de mensen in Drenthe met primitieve landbouw. Deze mensen behoorden tot de trechterbekercultuur, ook wel bekend als hunebedbouwers. Door de landbouw waren ze aan een vaste plek gebonden en zo ontstonden de eerste dorpen. In Gieterveen zijn geen hunebedden gevonden, omdat het toen nog onderdeel was van het Boertanger moeras. De dichtstbijzijnde hunebedden zijn te vinden bij Drouwen en Eexterhalte.

Romeinse tijd en Vikingen

Officieel eindigde de prehistorie van dit gebied rond het jaar 12 v.Chr. toen het tijdelijk onder Romeins bestuur kwam. Aan de hand van verhalen van de Romeinse geschiedschrijvers Plinius en Ptolemaeus weten we iets meer over de volkeren die hier leefden. Na 14 n.Chr. werden de Romeinen teruggedreven tot de Rijn na de slag in het Teutoburgerwoud.

Tot vrij laat in de middeleeuwen was het Hunzedal geen aantrekkelijk gebied voor permanente bewoning. De hoger gelegen Hondsrug had de voorkeur vanwege de droge grond. In 435 na Chr. deden de Noormannen een inval in het Groningerland en langs de Hunze ook in Drenthe. De eerste mensen die zich in Gieterveen vestigden waren boeren uit oost Groningen, op zoek naar landbouwgrond. Ze vestigden zich op een zandrug in het veengebied aan de oostkant van de Hunze. Op deze zandrug is Gieterveen later ontstaan, ruim voor 1600.

De Vervening

De vroegere inwoners van Gieterveen leefden van de landbouw, maar deden alleen voor eigen gebruik aan turf steken. Begin 19e eeuw begon men met de grote vervening. De stad Groningen groeide en er was behoefte aan turf. Rond 1830 werd begonnen met het steken van turf bij Gieterveen en Bonnerveen.

In 1765 werd begonnen met het graven van het Stadskanaal. Parallel hieraan werd het Gieterveensche kanaal gegraven. Vanuit het kanaal werden monden en wijken het veengebied in gegraven voor de afvoer van turf naar Groningen.

De meeste veenarbeiders kwamen van buiten, vaak te voet. Een deel kwam uit Duitsland — vandaar de Duitse achternamen die soms nog in de veenkoloniën voorkomen. Het leven in het veen was onmenselijk. Het voedsel was slecht en het werk was zwaar. De kindersterfte was zeer hoog. De plaggenhutten stonden vooral langs de tegenwoordige Streek, in die tijd ook wel Plaggenstreek of Huttenstreek genoemd.

Nadat het veen gestoken was werd de bovenste laag vermengd met het onderliggende zand. Op deze manier ontstond vruchtbare dalgrond die veel boeren aantrok. Er werden wegen aangelegd en boerderijen gebouwd. Gieterveen kreeg op deze manier zijn huidige vorm.

Bronvermelding: Jo Tingen, Hoe Gieterveen eens was… (1982) · Jo Tingen, Gieterveen, fragmenten uit haar Geschiedenis (1989, ISBN: 90-800416-1-0)