Column Willem Haandrikman “Wonen op stand”

Wonen op stand

Bij de pinautomaat trof ik Bareld. Als ik had geweten dat hij daar toevallig ook naartoe liep, dan had ik nog even gewacht, want ik ben niet zo gek van hem. Ik ken hem nog van de vroegere jeugdsoos en kennelijk is er toen bij hem iets van mij blijven hangen wat mij voor hem onvergetelijk maakt. Een beetje regioroem is best aardig, maar het kan ook gaan knellen en dat doet het in dit geval. In de kwartseconde dat hij mij zag braakte hij mij zijn tot vloek verworden groet toe, luidende: ‘Ha, daar heb je onze sneldichter’.

Nu had ik twee boodschappen; ik had een paar betaalopdrachten, die ik in de daarvoor bestemde gleuf gooide en ik wilde wat zakgeld pinnen. ‘Het leven is alleen maar betalen, betalen en nog es betalen’ bralde Bareld, terwijl hij zijn pasje in de automaat schoof. ‘Ja, dat is zo’, zei ik, ‘maar ja, zolang je dat nog doen kunt, is dat toch geen punt’. Ik wist dat ik nu een kruitvat aanstak, want hij is van het soort dat overal een probleem van maakt. Hij hoestte een paar harde rochels terwijl zijn eeuwige sigaret een vonkenregen lanceerde. ‘Geen punt, geen punt, ja dat is nou net het probleem, het is wél een punt!  Wij krijgen er nooit iets bij, er gaat alleen maar meer af’.

Ik ken dat soort verhalen uitentreuren. Het leven wórdt er ook niet goedkoper op, dat is waar en er is ontegenzeggelijk een groot verschil in beloning. Hij werkt al jaren bij een instelling die voor de gemeente onderhoudswerkzaamheden verricht. Het bijhouden van het gemeentelijke groen. Het in het najaar opruimen van het blad valt daar onder andere ook onder, maar daar is Bareld vanwege rugklachten van vrijgesteld, vertelde hij mij meer dan eens. Hij houdt zich al jaren bezig met het legen van straatvuilnisbakken en het oprapen van het ergste zwerfvuil en dat is zeker geen burgemeestersbaan. Maar hij verlult de helft van zijn werktijd, ook dat is geen geheim. Ondanks zijn status houdt hij zich graag op met de beter gesitueerden en daardoor hoort hij van alles en dat kan hij maar moeilijk voor zich houden. Zijn ongeremde nieuwsgierigheid helpt hem daar meesterlijk bij.

Ik zei, om hem na te komen: ‘Ik moet de OZB nog betalen. Tegen de duizend euro deze keer. Ja, dat tikt er wel even in. Over het duurder worden van het leven gesproken’. Bij het woord ‘duizend’ verslikte hij zich hoorbaar en rochelde: ‘Duizend euro..? OZB-belasting? Mijn god in wat voor een kasteel woon jij wel niet? Of heb jij d’er nog een lap grond bij ofzo?’  Ik zei dat dat wel meeviel en eerlijk gezegd valt dat ook wel mee. Ik hoorde de radertjes van zijn hersenkast bijna kraken. ‘Jij woont toch gunder in ’t Veen?’ zei hij met een sneer. ‘Jaah’, zei ik, ‘maar daar is het niet goedkoop wonen hoor’. ‘Nou dan woon jij wel op stand’ zei hij en hij kwam akelig dicht tegen me aan staan.

Ik rook zijn tabaksgeur wat al te duidelijk. ‘Ach, wat heet stand’ zei ik. ‘Nah, dat valt wel mee’. Ik wachtte nog even tot Bareld wegliep en met veel gerochel in de cabine van  zijn trekker klom en wegreed. ‘Duizend euro…’ zei ik bijna hardop en tikte 20 euro aan. Maar als je jezelf verkopen wilt moet je niet te zuinig met getallen zijn. Ik ben benieuwd hoe snel het op stand wonen in Gieterveen in de gemeente rond gaat.

 

Willem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare berichten

  • Het leven is puzzelen

    In mijn vrije tijd mag ik graag puzzelen. In mijn vrije tijd, zeg ik. Mijn leeftijd in aanmerking genomen zou je kunnen zeggen: dat is dus altijd! Maar dat houdt geen mens vol. Om Herman Finkers na te spreken ‘Men moet tussendoor ook weleens een stukje eten…’. Nu kun je op heel veel manieren puzzelen….

  • Intussen in ons dorp…

    We leven in roerige tijden. Ik ben al eens eerder een stukje met eenzelfde soort intro begonnen en toen loste de beroering ook stilletjes  weer op. Maar nu komt er wel érg veel samen. Of dat mede veroorzaakt wordt door de strenge regels die ons vanwege de angst voor coronabesmetting van bovenaf worden opgelegd, is…

  • Op

    Ik ken een schrijver uit deze provincie die een hekel heeft aan het woord ‘op’. ‘Ik gebruik het zo weinig mogelijk’, voegde hij mij eens toe. Het waarom hiervan heeft hij niet uitgelegd en misschien heeft hij er niet eens een goed onderbouwde reden voor. Hoe dan ook. Heb ik zelf woorden waar ik een…

  • Dorpshuis in het licht

    Een lezer van het stukje over het nieuwe sportveld dat ik onlangs schreef, zei me terloops dat ik de naam fout had geschreven. Het moet Hoogkaamp zijn,  niet Hoogkamp. Bij deze dus. Nu ik het toch over het dorpshuis heb; begin 2020 zal het 55 jaar geleden zijn dat de Stichting Dorpshuis Gieterveen werd opgericht,…

  • De Boekenkast

    Wij hadden het tijdens onze wekelijkse bijeenkomst als vrijwillige beheerders en in het bijzijn van enige vaste boekenleners van De Boekenkast, over hoe het nu verder moet met ons kabinet. Een gespreksonderwerp dat als een running gag maar niet wil wijken. Na Ronald Plasterk mag nu zekere Kim Putters de kar uit het slop trekken….

  • Column: Lotgenoten

    Wilfried zit op zijn favoriete stek op de vensterbank naast mijn leestafel en snort zich de kaken blauw. Er ligt een dun laagje sneeuw op het pleintje. Alsof iemand daar vannacht een zak suikerpoeder heeft leeggestrooid. Gerrit loopt er voorzichtig omheen. Ik hoor aan het afnemen van het snorren dat Wilfried hem goed in de…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *