We leven in roerige tijden. Ik ben al eens eerder een stukje met eenzelfde soort intro begonnen en toen loste de beroering ook stilletjes  weer op. Maar nu komt er wel érg veel samen. Of dat mede veroorzaakt wordt door de strenge regels die ons vanwege de angst voor coronabesmetting van bovenaf worden opgelegd, is de vraag. Feit is wel dat een aantal wereldleiders het met de ernst van het ziekmakend virus niet zo nauw nemen en dat maakt mensen woedend en dit zou best eens kunnen overslaan op zaken die er ogenschijnlijk niets mee te maken hebben. Demonstraties tegen racisme, milieu- en klimaatproblematiek, opleving van een besmet verleden, ons bestedingspatroon en -gerelateerd hieraan- mondiale geldzorgen….  Het zijn maar een paar zaken waar de kranten vol van staan en waar de Journaals verslag van doet. Alles komt onder het vergrootglas. Op zich is het niet verkeerd de geschiedenis van tijd tot tijd te herzien en als wij daar lering uit trekken is dat schrale winst. Maar juist dat laatste vraag ik mij af. Wij hebben het onlangs weer gezien met de aanleg van de glasvezel. Ik hoorde er vandeweek weer iemand iets over zeggen. Die mensen werken onder slechte omstandigheden. Dat laten we toch allemaal maar gebeuren. Het is een vorm van uitbuiting waar de  gebruikers van de kabel uiteindelijk baat bij hebben. Zou het bedrijf in zee gaan met mondige Nederlanders, onder de strikte Nederlandse arbeidsvoorwaarden, dan zou het voor de consument een stuk duurder uitpakken. Maar Koning Poen regeert en ‘de concurrentie is moordend’, is het algemene verweer. Dat geldt voor iedere sector. Onze aardbeien en onze bloemen zouden in prijs verdubbelen als de UWV hiervoor Nederlandse werklozen uit haar bestand zou recruteren en zo geldt het feitelijk voor heel veel zaken. Het is een vorm van slavernij waar weinigen zich om bekommeren. Toen onlangs de invoer van met name Chinese producten stil kwam te liggen, klonk er hier en daar voorzichtige goedkeuring. Nu zou het wel veranderen, want wat moeten we ook met al die troep? Ineens moesten we zelf aan het fabriceren, bijvoorbeeld van mondkapjes. Ineens kwam het niet vanzelfsprekend uit één van die duizenden sweatshops in De Oost. Het eerste containerschip, groter dan ooit, is echter al weer aangemeerd en we doen geen enkel stapje terug. Ik mag niet hopen dat er na de coronapandemie een nog veel beroerdere voedsel- en warenpandemie achteraan komt. Dan zijn we helemaal in de aap gelogeerd.

Intussen in ons dorp… Het is de derde droge zomer op rij. Hier en daar verpietert een gazonnetje of een bietenveld, maar toch hoor ik weinig gesputter. De schrijver Mark Twain zei ooit eens: ‘Iedereen praat over het weer, maar niemand doet er iets aan’.   Vandeweek ook even naar de oude begraafplaats geweest om de verrichtingen van  het groepje vrijwilligers te volgen. Alle graven worden piekfijn opgeknapt. Geweldig! Over wat er verder aan activiteiten in ons dorp plaats zal vinden, is weinig te zeggen. Dat hangt van de versoepeling van de regels af. Gewoon even rustig-an doen. Wandel af en toe een eindje (goed voor lijf en leden) of fiets een ronde (idem dito) en pik een drankje op het heropende terras van Ámoi en laat vooral de kop niet hangen. 

                                                                                                                  Willem.  

Geef een reactie