Het nieuwste nieuws was dat er een wolf was gesignaleerd in ons buurtje. We zaten aan de koffie en kregen het erover. Het dier was gespot aan de Veenakkers en had zich zigzaggend verplaatst richting Nieuwediep. Over hoe en wat wist niemand het fijne, maar houd je hond binnen was het devies, want je weet maar nooit. Zó was de wolf alleen nog te bewonderen in sprookjesboeken en zó maakt-ie onze weiden en verduld-nog-an-toe onze bloedeigen tuinen onveilig. Ach, het zal zo’n vaart niet lopen, zei overbuurman Piet. Niettemin wapent hij zich met een hondenfluitje en een stalen wandelstok. Schapenhouders krijgen de zenuwen en natuurgebieden worden verboden gebied. Wie had dat anno 2026 verwacht? Ik, zei ik. Lichte verwarring. Nou ja, de wereld is in de war (in war, zoals ze dat op zijn Engels zeggen). Mensen zijn op de vlucht voor levensgrote gevaren boven en onder de evenaar. De temperaturen rijzen de pan uit en dus is het helemaal niet vreemd dat ook de dieren op trek gaan. Heb ik mij enige jaren geleden nog als lid aangemeld van de ijsbaanvereniging (ik blijf onbetwist een optimist), blijft het nu bij bomijs. Maar we hadden toch een mooi pak sneeuw, zei onze gastvrouw om de boel een beetje tot bedaren te brengen. Onderwijl schonk ze een tweede kop koffie in en deed er extra kniepertjes bij, want anders versloffen ze toch maar. Dat is waar, zeiden we en knabbelden in koor. Die sneeuw kwam als geroepen. Wel een beetje laat voor onder de kerstboom, zei ik. Hebben jullie de kerstboom nog staan dan? zei onze gastvrouw. Jazeker, zei ik. De paaspoppetjes liggen al in de winkel. Paaspoppetjes? Ja, die zijn bedoeld voor in de dennenboom. Wist je dat niet dan? Die Chinezen verkopen ons van alles om in een boom te hangen. Bovendien is de handel met Amerika enorm teruggelopen en nu weten zij van gekkigheid niet waar ze dat voor Amerika bedoelde spul moeten dumpen. Nou, dat wordt weer de Action of de Wibra. Over Amerika gesproken, zei buurman van drie huizen verderop, dat voetballen daaro wordt nog wel een dingetje. Niet meer te betalen voor de gewone man, man! Komt door die idioot van een Trump; die verkloot de hele wereld! Maar dat gaat ‘em niet glad zitten, riep overbuurvrouw, die vanaf 1 januari is gestopt met roken en daardoor soms al te fel van leer trekt. Ik kan die vent z’n kop wel van z’n romp trekken! En die schurk logeerde nog wel bij onze Koning, zei buurman van twee huizen verderop en wipte een flesje bier open. Proost, zeiden we. Hij boerde instemmend terug. Maar die wolf, daar zijn we nog niet van af, was de algemene gedachte. Ik heb nog een ouwe jachtvergunning, zei overbuurman Piet. As jij net zo slecht proppen schiet as in bed, dan lacht die wolf je dik wat uit, zei z’n vrouw. We brulden dat de kopjes en de glazen er van rinkelden. Allemaal een borrel? zei onze gastvrouw. Zeker-zeker!!
Tjonge, ’t is al weer bij vijven, zei buurvrouw van twee huizen verderop. Ik mot nog met de piepers an de gang, zei overbuurvrouw. Lawe maar gaan Piet, zei ze. Ze wankelde even toen ze opstond en zei Oeps. Toen draaide ze zich om en zei: Nou, volgende jaar bij ons hè! Da’s goed, zeiden we. Tenminste, as jullie je goed gedraagt natuurlijk. Dat zullen we doen, zeiden we. En lachend kuierde elk naar z’n eigen stek.
Willem.



