We waren op onze oude begraafplaats vanwege de Lichtjesmiddag. Dat is een modern uitvloeisel van het Allerzielen, een van oorsprong oud katholiek gebruik om elk jaar op 2 november de graven van onze gestorvenen te bezoeken en een kaarsje voor hen op te steken. Wij hebben het enigszins gepopulariseerd, maar de gedachte erachter is dezelfde. Het is een mooi gebaar hen op deze wijze te herdenken. Wij liepen met het ons toegestoken windbestendig kaarsje over de dodenakker naar het graf van mijn ouders en mijn grootouders, alwaar we tot de ontdekking kwamen dat er al kaarsjes op hun graven stonden. ‘Geen nood’, zei ik, ‘dan zet ik het wel op een ander graf’. En terwijl ik mij tussen de graven door manoeuvreerde, viel mijn oog op de naam Jans Koops. Gestorven op 31 januari 1970, op de leeftijd van 79 jaar. ‘Ik zet ‘em hier op’, zei ik. Ik vertelde mijn vrouw in het kort wie dit was of eigenlijk was geweest. Jans Koops woonde in ons buurtje, voor de goede orde: de Tjassenswijk. Hij arbeidde regelmatig voor mijn vader. Hoe zijn leven er uitzag, weet ik niet, maar ik kende hem omdat hij als een van de eersten in ons buurtje een televisietoestel had. Hij woonde toen al in bij het gezin Eleveld. Hij had aan de achterkant van dat huis zijn eigen kamertje, met een opklapbed en een paar stoelen. Jans was een eenvoudige, wat stille man. Naast het kamertje, had hij de beschikking over een schuurtje, waarin hij een paar kalveren hield voor de verkoop. Mijn vader maakte graag gebruik zijn hand- en spandiensten, want Jans was een harde werker. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: Jans waarkt altied deur. Hij stond zijn tijd niet te verbeuzelen, wilde hij maar zeggen. Ik herinner me dat er eens op een zatermiddag nog een praam met aardappelen gevuld moest worden. Dat was niet gebruikelijk, maar de schipper stond er kennelijk op, want aldoende kon hij ’s maandags in alle vroegte naar de fabriek varen en lossen. Het was een prachtig mooie dag. Met man en macht moesten die 500 of 600 mud aadappelen erin. Het schip lag zo halverwege de kolk en de brug. Mijn vader bezat daar een stuk land, of zoals men dat noemde: een plaats. Dat schip moest door middel van kruiwagens worden beladen. Ik was maar een fien kereltje en ik kon een lege houten kruiwagen amper verkrooien, laat staan een volle.  Ze hadden de beschikking over meerdere kruiwagens. Jans krooide op en af. Met de volle kruiwagen via de loopplank naar het ruim, gezicht vooruit, dan leeg kiepen, vervolgens omdraaien en de kruiwagen achter zich aan trekkend terug. Heel zwaar werk. Nu was Jans niet meteen een gezelschapsmens en mijn ouders gingen er naast het werk weinig mee om. Dat was reden temeer voor met name mijn vader om mij en mijn zus Henny bij hem televisie te laten kijken. Dan had ouwe Jans nog wat aanspraak. We gingen vaak voor het kinderuurtje, op woensdag- of op zaterdagmiddag naar hem toe. Als we bij hem kwamen, was hij meestal bezig met zijn kalveren in het schuurtje. ‘Mogen we televisiekijken, Jans’, zeiden we dan, want we moesten van huisuit wel altijd eerst vragen. Het duurde even voor hij reageerde en als klaar was met het werk strompelde hij voor ons uit naar binnen, trok zijn klompen uit en zette de televisie aan. Wat ik daar al niet gezien heb!! Natuurlijk de bekende kinder/jeugdprogramma’s zoals Okki Trooi, Pipo, Zwiebertje, De Verrekijker en Rooster, waar op zeker moment Peter & de Rockets in zaten. Maar ook de Elfstedentocht van ’63 heb ik er gezien en de successen van Sjoukje Dijkstra. Tjee…, daar kon toch geen Doris Day of BB tegenaan! Toen mijn ouders eind ’63 of begin ’64 zelf een televisietoestel aanschaften, was het lopen naar Jans op slag gebeurd. Ik werd al spoedig door popmuziek begeesterd. Alleen op Nieuwjaarsdag wipte ik nog een paar keer bij hem aan. Daarna niet meer. Zo gaat dat.

Op een begraafplaats, misschien júist op een bepraafplaats, komen zulke momenten  weer kraakhelder boven. Men komt tot bezinning, neemt er als het ware eventjes de tijd voor en overdenkt de waarde van het bestaan. Eenmaal thuis viste ik uit de doos overlijdenskaarten -een aardig stukje erfenis van mijn ouders- de kaart van Jans Koops. Een nogal lege kaart. Geen nageslacht, alleen de familie Eleveld-Suk staan erop vermeld. De teraardebestelling was op donderdag 5 februari op de Oude begraafplaats alhier. De rouwdienst in de zaal van café Zwiers ving aan om 1.30 uur. Vertrek naar het graf om 2 uur, alsmede terug. Vooral dat laatste tekent de eenvoud van de ceremonie.

Het is goed dat de uitvaartvereniging Gieterveen-Nieuwediep dit in zwang geraakte gebeuren voortzet. Mede hierdoor komt er nog meer aandacht voor het prachtige werk waar een groepje vrijwilligers al vele maanden mee bezig is, namelijk het opknappen van de graven. Het mooie hiervan is dat er soms letterlijk een naam weer aan het licht komt. Ik had het met Jans Koops. Maar onder elke steen ligt een verhaal, hoe simpel ook, en al die verhalen vormen uiteindelijk weer een bestanddeel van óns leven…  Nou meensn, maak er wat van. Pas goed op jezelf en op je naasten. Moi moar weer.

Willem.

Geef een antwoord