Er is een toneelstuk van William Shakespeare, een komedie, dat vertaald is als ‘Klucht der dwalingen’. Hij schreef het rond 1593 en het wordt nog steeds opgevoerd. Zo zie je dat sommige drama’s van alle tijden zijn. Vanaf het moment dat de werkzaamheden met de aanleg van de glasvezelkabel begonnen, kwam de titel van dit stuk regelmatig in mijn gedachten. Het voelde langzamerhand als een baksteen op mijn zwakke maag. We hadden, zeggen we nu, nooit voor die kabel moeten kiezen. Nou ja, dat is te zeggen, misschien wel voor die kábel, maar niet voor het bedrijf dat het uitvoerde. Het één was echter verbonden met het ander. Ik zal proberen onze eigen ‘Klucht der dwalingen’ op papier te zetten.

Mijn vrouw was om te beginnen al helemaal niet voor die supersnelle kabel. Ik zwalkte en liet me tenslotte door de wervende folders en de enthousiasmerende dorpsgenoten meeslepen. Toen kwam de vraag met welke aanbieder wij in zee zouden gaan. Ik koos voor C. Op een dag kwam er een zekere Willie uitmeten waar precies de kabel ons huis binnen zou komen. Willie kwam uit Almelo en ik wist meteen dat hij héél ver van zijn beroemde stadsgenoot Herman Finkers weg was gebleven. Zelden zo’n humorloze man getroffen. Hij zou wel even precies vertellen hoe het moest. Het eindresultaat -ik loop nu even op de zaken vooruit- wijkt nogal af van de berekening van Willie. 

Enige maanden gingen voorbij. Ik probeerde nog een vergeefse poging het contract terug te draaien. Dat kon niet. Ik zat er minimaal voor een jaar aan vast, zei de bitse telefoniste uit Harderwijk. Ik volgde de werkzaamheden met argusogen en zag de leggers van de hoofdkabel naderen. Op een morgen werd ik abrupt uit bed gebeld en trof een kabelman op onze stoep die me vroeg of ik wist waar de waterleidingbuis lag. Ik zei dat ik dat niet wist. Ik schoot in de kleren, maar voor ik hiermee klaar was, stond de man er andermaal en zei dat hij de buis al had gevonden en dat het helaas  kapot was gegaan. We zaten daardoor zonder water. Deze man had overigens wél gevoel voor humor, want hij liet zonder blikken of blozen halverwege de ochtend weten dat sommige mensen hem en zijn maatje nogal eens spontaan koffie aanboden. Wij niet nee! Wij wilden het laatste restje water (enige emmers vol) graag sparen voor het toilet. Koffie of thee zat er even niet in, dat hij dat niet begreep! De WMD herstelde in de loop van de dag de leiding en installeerde noodgedwongen ook  een nieuwe meter, omdat de oude (die we nog geen halfjaar hadden) vol zand zat. Mijn vrouw, immer begaan met het lot van de medemens, voorzag de heren de volgende dag van koffie en snert. Weer een tijd later werd onze kabel, en op een iets andere plek dan Willie had bemeten, naar de voormuur getrokken en weer enige tijd later moest de kabel naar binnen. Dat gaf wederom de nodige frictie. De man die hiervoor een gat schuins door de muur moest boren, stootte op, naar hij zei, een stuk metaal en daarom boorde hij hogerop een tweede gat. Resultaat: beschadiging van de plint en het vinyl. Kit om de boel enigszins te herstellen had hij niet bij zich. Er vormde zich in korte tijd een grote donderwolk boven ons beider hoofden. Ik had meer spijt dan haren op mijn hoofd voor deelneming aan dit project. De jaren geleden aangelegde digikabel door bedrijf  Z. was een fluitje van een cent geweest, alles keurig afgewerkt en de jongen had mijn laptop ook nog van een mailadres voorzien en er gratis een lesje computeren bij gedaan. Kijk, dat was nog eens service! De kabel gaat nu op 40 centimeter boven het maaiveld ons huis binnen. Mooi is anders. Nou ja, er kwam later een aluminium strip overheen, maar toch… 

Vorige week kwamen er twee dozen binnen met het zogenaamde kastje en de accessoires. Het scheen een peulenschilletje te zijn dit aan te sluiten, zei de folder, maar juist dán laat ik het graag over aan een ander. Ik ken die verhalen… De jongen die er voor langs kwam woonde in Kampen en het was de heetste dag van de week. Het was vier uur ‘s middags. Het karweitje was de afsluiting van zijn werkdag en de opmaat voor de zojuist heropende terrasjes. Daarvoor kun je prima in Kampen terecht. Geen wonder dus dat het allemaal wat haastig ging. De televisie werkte, maar zonder ondertitels en minus enkele graag door ons bekeken zenders. De telefoon werkte niet, mail en internet evenmin. Toen begon het bellen met het bedrijf dat de aansluiting verrichtte en dat ergens in Amsterdam huist, en mét het bellen het wachten op een antwoord. Toen na een uur de gekmakende riedel ‘U wordt zo spoedig mogelijk geholpen’ werd verruild voor een vermoeide stem, die, nadat ik had gezegd waarvoor en waarvandaan ik belde, zei: ‘O, maar dat is een buitengebied’, dacht ik werkelijk even dat ik spontaan zou ontploffen. Nog twee keer heb ik daarna gebeld, maar een oplossing kwam niet in zicht. Al wat overbleef was dat we zonder inkomende telefoon, zonder mail en zonder internet op 15 juli a.s. ingeroosterd konden worden. Dat was over drie weken. Of dat uitkwam? Ik dacht het niet. Ik hield me netjes en zwoer het bedrijf voor eeuwig uit mijn geheugen te schrappen. Een bevriende dorpsgenoot heeft ons van alle narigheid verlost. Hij dichtte ongemerkt de craquelures van ons huwelijk en friemelde als een volleerde dramaturg de cybereindjes aan elkaar, zodat wij weer één met de wereld werden.  Hij verdient een nobelprijsje. Over de rol televisiekabel die de Kampenaar achter de verwarming had gepropt en die we pas later ontdekten, heb ik verder niets gezegd. We hebben beeld en geluid, dat is tenminste al heel wat.    

Vanmorgen kwamen er drie informatiebrieven van de aanbieder binnen met aanvullende informatie. Dat had wel iets eerder gekund. Nu wisten we tenminste ook waarom we geen telefoontjes kregen: we hadden tijdelijk een ander nummer! Wisten wij veel. Bij het afzeggen van Z. vroeg de mevrouw wat de reden van afzegging was. Ik zei naar waarheid dat de komst van de glasvezelkabel de oorzaak was, maar dat ik die keuze hevig betreurde. Ik meende dat haar -mogelijk ongewild- een giechel ontsnapte. ‘Over precies een jaar kom ik weer bij jullie terug’, zei ik. 

Welnu, dat is in het kort mijn versie van het stuk van Shakespeare, wel iets anders dan William het had bedacht, maar in grote lijnen komt het op hetzelfde neer. Ik hoop niet dat er evenveel klagers aangaande deze kabelklucht zullen zijn dan spelers in het stuk. Het zou ons buitengebied dan nog weleens op de kaart kunnen zetten.

                                                                                                                    Willem.                      

Geef een reactie