Het is tegenwoordig bijna een kwelling de krant open te slaan en de nodige ellende op je af te laten komen. Zeg de krant dan af, kijk geen nieuws meer, steek je kop diep in het zand, zeggen mensen als ik het te berde breng, maar dat is geen oplossing. We leven nu eenmaal met elkaar op een bol die overloopt van spanningen, van oorlogen en onrecht en daar kunnen we ons voor even wel aan onttrekken, maar gelijk een boemerang komt het vroeg of laat terug. Nu ik dit schrijf is het 31 graden in de schaduw. De zoveelste zomer op rij dat we spreken van tropische temperaturen, het wordt steeds normaler. Weerdeskundigen noemen Nederland al het nieuwe Frankrijk en Spanje de toekomstige Sahara. Dat is best wel zorgelijk. Vanmorgen stond ik even met een boer te praten. We keken over het verdroogde grasland waar geen koe nog iets van waarde zou kunnen vinden. De maisoogst moet verlichting brengen en verder is het een kwestie van maar zien wat er van komt. ‘En hopelijk zijn de kikkers nog een beetje in de kruiwagen te houden….’, zuchtte hij.

Uit gewoonte kijk ik altijd een eventjes in de speciekuip onder het raam als ik mij naar mijn werkkamer begeef. Mijn vrouw heeft die kuip hier een paar jaar geleden neergezet als behuizing van de gele lissen die we van koffieochtendvriend Nico Kiers hadden gekregen. Ik wilde ze eigenlijk in de grenssloot planten, maar die bevat al jaren geen druppel water meer. Dat zouden de lissen niet overleven en dus heb ik de speciekuip van een laag zand voorzien en daar de planten ingezet. Ze leken het eerst niet te redden, maar nu komen ze prachtig aan. Ik vul de kuip regelmatig tot de rand bij met water uit de regenton en als ik er zo terloops naar kijk, zitten er heel vaak meerdere vogels uit te drinken of in te badderen. Koolmezen, pimpelmezen, een vink, een merel, een boomkruiper, mussen, een roodborstje…  Zo langzamerhand ken ik dat fladderend volkje al aardig goed. Onlangs zag ik zelfs een kikkertje op een van de bladen zitten. Dat was helemaal het toppunt!

Maar zulke kikkers bedoelde de boer niet. Hij bedoelde opstandige beroepsgenoten die nog eens helemaal door het lint gaan. Hoe het stikstof-vraagstuk zal aflopen weet niemand. Slechts door één aspect  -de oorlog in Oekraïne-  werd het leven al een stuk duurder en wie weet komt er nog eens een onverwachte klap achteraan. Daar moet je niet aan denken.

Kom op, zeg ik bij mezelf, schouders eronder, er zijn nog genoeg leuke dingen. Wij hoeven er zelfs geen seconde voor in een file te staan. Wij wonen immers in een prachtdorp en in een prachtgebied. Het dorpshuis draait na de coronastop weer op volle toeren, de wandelclub loopt elke maandagochtend, de ‘boekenkast’ wordt goed bezocht, de campings in ons dorp zijn goed bezet, het A-moi-terras zit regelmatig vol, er worden weer huizen gebouwd of staan gepland en we mogen van de windmolenexploitanten op hun kosten hier en daar vernieuwingen aanbrengen (zie hiervoor bij het Nieuws). Eén min dingetje dan toch; de Gemeente of het Waterschap trok wel heel vroegtijdig alle sloten leeg en dus inclusief de kikkers en andere dieren. Dat zint me minder. Voor de rest is het leven hier zo gek nog niet. Ik wens u voor de verandering nu eens niet veel zon, maar (veel) regen!

Willem.