Het zijn rare tijden, zeg ik de halve wereld na. Overal zorgt het coronavirus voor onrust. Vanaf half maart dit jaar kwam er plotseling een eind aan het gaan en staan van ons vrije westerlingen en werd quarantaine een veel gebruikt woord. We schikten ons er naar, het was niet anders. Dat er hierdoor hele bedrijfssectoren, recreatieve en cultuur-en welzijnsinstellingen zouden omvallen, bezagen we met lede ogen. Zo tegen juli zou het allemaal wel voorbij zijn en konden we weer vrij over straat, weer op visite en op vakantie en zou de economie zich wel herstellen. De soep was wel vaker heet gegeten… Dat loopt iets anders, blijkt steeds meer. Niet in de laatste plaats zijn hieraan regeringsleiders medeverantwoordelijk die goede raad en  waarschuwingen in de wind sloegen en hun eigen koers wensten te varen. Nu zitten de bewoners van die landen met de gebakken peren. En hoe gaat het hier? Europa is sterk verdeeld over de aanpak. Wél mondkapjes, géén mondkapjes…? Anderhalve meter afstand vasthouden of toch niet helemaal… ? Verplichte coronatesten invoeren…?  Je wordt er een beetje tureluurs van. In plaats van versoepeling dringt de regering nu weer aan op inperking. Feestjes en demonstraties worden met argusogen bekeken en zelfs verboden. Het leven wordt er -en ik verlaat mij voornamelijk op hetgeen ik lees en op de televisie zie- al met al niet leuker op.

Hoe gaat het mij/ons zelf? Ach, we klooien maar een beetje aan. We hoeven afgezien van het kopen van ons voedsel, niet echt weg. Dat scheelt enorm. Soms gaan we een middagje rijden door de provincie. Maar je voelt aan alles dat de situatie abnormaal is. Lege terrassen, met beleid bewegen op straat en in winkels, enzovoorts. De koffie-ochtenden in het dorpshuis lijken al een halve eeuw geleden, de wandelingen zijn voorzichtig weer gestart en enkele activiteiten hebben weer een aanvang genomen,  maar het is met de voet lichtjes op de rem. Het is alsof het virus ons nog eens extra wil inpeperen dat we moeten dimmen, dat het zó niet langer kan. Tja, zeg het maar. Hoe het ook zij: vervelend blijft het.

Nu even iets anders: Naast het schrijven van deze dorpscolumn, schrijf ik ook voor het Drents letterkundig tiedschrijft ‘Roet’ en als lid van de Drentse Schrieverskring stukjes op hun site. Daarnaast lever ik zo nu en dan een bijdrage aan nieuw uit te geven drukwerk. Vanaf  begin 2017 ben ik korte stukjes gaan schrijven over het reilen en zeilen van mijn/ons leven. Niet eens zozeer om het uit te geven, hoewel de vraag rees. Deze ‘169woordenstukjes’ heb ik nu, met hulp en steun van een bevriende dorpsgenoot, op een eigen blog/site gezet. U kunt al die stukjes lezen + een paar filmpjes bekijken op:  veenberichten.nl   Het is hele mooie site geworden. Te zijner tijd vul ik het aan met recenter werk. Ik hoop dat u er van kunt genieten. 

Tenslotte wens ik u allen een ‘met de regels en de omstandigheden voor ogen’ fijne vakantietijd. Hou je haaks en tot wederhoren maar weer.

                                                                                                                          Willem.   

Geef een reactie